Contact: info@stichtingwittemus.nl  

HuismusBescherming NL

Stichting Witte Mus

Stichting Witte Mus » de Huismus » huismus habitat inrichting
de huismus | wat kunt u zelf doen | laatste nieuws | wetgeving | onze projecten | onze donateurs | over ons | contact
  de Huismus:
  downloads
  basiskennis vogels
  basiskennis Huismus
  boeken over de Huismus
  habitat inrichting Huismus
  musMensen netwerk
  oorzaken terugval Huismus
  beroemde musMensen
  veel gestelde vragen over mussen
  meer mussen-links



Habitat Inrichting Huismus

Lees hier wat je weten moet als je speciaal voor de Huismus een geschikt habitat, een leefomgeving wilt gaan inrichten.

Schaam je alsjeblieft niet om de hiernaast afgebeelde HuismusHerkenningskaart te gebruiken wanneer je gaat inventariseren, om een ecologisch advies uit te kunnen brengen.

Let ook op dat overal waar de Huismus leeft, vaak ook de Gierzwaluw een plek heeft en de vleermuis eveneens regelmatig.

De drie soorten zijn indicatief voor elkaars aanwezigheid.

Habitat Elementen voor de Huismus

Opmerkingen vooraf

I. Alles in meervoud
Bied alles dat er aangeboden wordt in meervoud aan. Reken daarbij op rond de 50 of 60 individuen. Dat zijn
ongeveer 20 broedparen plus de beschikbare ongepaarde Huismussen, zoals dat in populaties mussen gaat. 20 broedparen is voor huismussen een levensvatbare populatie-grootte.

Omdat huismussen het liefst in een groep leven, komen ze ook vaak in groepjes aan, als ze komen. Bovendien
moet alles bij de huismus zo snel mogelijk gebeuren, omwille van hun veiligheid. Ze staan onderaan in
verschillende voedselketens en hebben daardoor veel natuurlijke vijanden. Daardoor is het nodig voor ze, om
allemaal tegelijk te kunnen eten, baden, stofbaden en dergelijken.
Gebeurd dat namelijk groepsgewijs, dan is er meer kans dat één van de groepsleden een mogelijk gevaar tijdig
ontdekt, zodat de groep op tijd een alarmsignaal krijgt en terug in de dekking van het groen kan duiken, zoals
dat bij huismussen gaat.

II. 50 meter radius
Wanneer een broedkolonie huismussen in stand moet worden gehouden, zonder enige vorm van verslechtering in de overlevings-kansen, dan is het een belangrijke voorwaarde dat alle onderstaande habitat elementen, gedurende de hele periode dat werkzaamheden plaats vinden, binnen een straal van ongeveer 50 meter rond de nesten beschikbaar zijn.

III. bekend gezelschap
Waar Huismussen leven, zijn vaak ook Gierzwaluwen en diverse soorten vleermuizen te vinden. Je kunt de drie soorten als indicatoren voor elkaars aanwezigheid gebruiken.

Wat heeft een levensvatbare populatie huismussen nodig

I. Voedsel in de vorm van zaden
Een populatie huismussen komt in eerste instantie af op voedsel in de vorm van zaden. Heden ten dage zijn het
meestal enkele inwoners die een voerplaats voor vogels inrichten, en die daarmee huismussen de kans geven
terug te komen naar gebieden die door mussen verlaten waren. Deze voedselbron moet bestendigd worden.
Dat kan gedaan worden met behulp van grassen, kruidige planten en bloemenvelden. Straatgras, Varkensgras, Witzaad /Kanariezaad (Phalaris canariensis), ongepelde rijst/"Paddy", gierst/"wit millet" (Panicum miliaceum), tarwe (Triticum vulgare), Gerst (Hordeum vulgare en ~ distichon), zaden van de Tamarisk. Een volledige lijst met zaden is apart aan dit document toegevoegd.

Wil men het bestendigen van dit habitat-element inpassen in het groenbeheer, door maaibeleid aan te passen, beperk dan het maaien tot 1x per jaar en doe dit NIET in het NAJAAR, daar op dat moment juist veel zaden rijp zijn, en deze rijpe velden de Huismus overhalen te gaan disperseren.
Maaien dus bij voorkeur in het vroege VOORjaar.

II. Nestgelegenheid met hoog groen in de nabijheid
Een populatie huismussen, die zichzelf in stand moet kunnen houden, heeft nestgelegenheid nodig om middels voortplanting de verliezen goed te maken. De Huismus kent vele predatoren en heeft daardoor jaarlijks zeer hoge verliezen die gecompenseerd moeten worden.
Dit is de reden dat huismussen meerdere nesten per jaar proberen te voltooien. In Nederland kunnen dat bij goede omstandigheden 4 nesten per jaar zijn.

Om deze zelfde reden, zo veel mogelijk gezond uitvliegende nakomelingen, is hoog groen in de nabijheid van de nesten nodig. Dit wordt vaak binnen enkele meters gevonden.

De nesten worden ook buiten het broedseizoen gebruikt, met name door de vrouwtjes die er al in gebroed hebben.

Daarnaast is de Huismus ook nog eens erg storing-gevoelig. Dat wil zeggen dat bepaalde gebeurtenissen makkelijk tot gevolg hebben dat de aanwezige volwassen huismussen:
a. hun eieren zullen verlaten,
b. hun jongen gaan proberen te verhuizen (men treft dan dode, nog naakte, jonge mussen op de grond), of
c. de jongen niet meer durven te naderen waardoor ze verhongeren.
In alle gevallen is het broedsel verloren en zal (meestal) een andere plek gezocht worden om een nieuw nest te beginnen.

Een en ander betekent dat nesten van huismussen essentieel zijn voor de overleving van een populatie en dat tevens van belang is dat de nesten, tussen begin maart en eind september, niet binnen 2 meter genaderd moeten worden. Niet door mensen en niet door materieel.

De Huismus is echter weer wel zeer flexibel met betrekking tot de aard van de nestgelegenheid. Dat varieert van onder-de-dakpannen, tot in Vuurdoorn of Klimop tegen kale muren of in bomen, en zelfs vrijstaand in hoge bamboe. Kunstmatige nestgelegenheid kan bestaan uit gierzwaluwneststenen, mussenpotten, mussenpannen,
huiszwaluwnestkommen, nestkasten.

Voorwaarden aan nestgelegenheid zijn:
– de hoogte (minimaal 3 meter boven het maaiveld),
– de nabijheid van de overige kolonie,
– een zekere afstand tussen de broedparen onderling (minimaal 15 tot 30cm),
– een minimale broedruimte van 15 x 28 cm bodem-oppervlak en 15cm hoog,
– een dak boven de broedruimte,
– een niet te koude oriëntatie (op het zuiden is meestal geen probleem voor de Huismus),
– 3 of 4 meter hoog opgaand groen binnen enkele meters van het nest (uitkijkpost bij naderen en verlaten van nest, plek waar uitvliegende jongen in eerste instantie heen fladderen)
– ongestoord kunnen bouwen, leggen, broeden, voeren en overnachten (op de eieren of de jongen),
– aangebracht op een plaats waar zo min mogelijk verstoring door onderhoudswerkzaamheden te verwachten is*.

* Van vogelvides is het nut zeer sterk te betwijfelen gezien de plaatsing (vlak boven de dakgoot) en de plaats waar een woning het vaakst voor onderhoud wordt verstoord (de dakgoot ivm schoonmaken, ontstoppen, schilderen, verduurzamen, etc). Bovendien lijken vogelvides te krap bemeten te zijn.

III. Voedsel in de vorm van insecten
In de derde plaats komt dan het voedsel in de vorm van insecten aan de orde. Het gaat dan om kleine zachte
insecten, zonder harde chitine-schilden. Hommels en bijen zijn niks voor huismussen. Van de meelwormen zijn alleen de pas vervelde dieren geschikt om aan jong huismussen te voeren. Libellenlarven, muggen,
vliegmieren, gaasvliegen, houtworm-larven, groene luizen en spinnen zijn daarentegen perfect.
Dit type voedsel (dierlijke eiwitten) is vooral van belang voor de jongen.
Is dit niet binnen een straal van 50m rond het nest aanwezig, dan verhongeren er jongen of blijven ze zwak na het uitvliegen. Ook zal er, na een eerste legsel, minder snel een vervolglegsel komen.
Een teken van ondervoeding bij jonge huismussen is soms een witte kleur in de veren. Dit is een hele specifieke tekening, die samen gaat met een duidelijk slechts conditie van de veren.

Insecten worden gevonden in stilstaand water, in dood hout dat met rust gelaten wordt, rond mest en
hondenpoep, rond composthopen, rond wieren op dijkversterkingen, en meer van dergelijke plaatsen.
Soms zijn er planten die dergelijke insecten in het bijzonder aantrekken, zoals rozen, klimop, hop en coniferen.

IV. Voedsel in de vorm van bladgroen en vruchten
Ook bladgroen is voor huismussen belangrijk. Andere delen van planten eveneens. Denk maar aan de gele
krokussen in het gemeente groen die vroeger, toen er nog veel huismussen waren, in het voorjaar
gekannibaliseerd werden. Ook bepaalde planten worden graag gegeten. De Eleaegnus ebbingei en de Indigofera heterantha zijn er daar twee van. Groentetuintjes krijgen bezoek van mussen wanneer daar jonge bonenplantjes en sla staan. Het plantenmateriaal lijkt gebruikt te worden om de medicinale werking ervan. De gele krokusbladeren
zitten bijvoorbeeld vol pro-vitamine A.
Aan vruchten eten huismussen appels, abrikozen, peren, bramen en besjes van de Berberis. Alle andere bessen kunt u rustig aan de huismussen overlaten, daar doen ze niets mee.

V. Roesten (slaapplaatsen) voor de juvenielen, de ongepaarde vrouwtjes en alle mannetjes
De slaapplaatsen voor huismussen worden vaak over het hoofd gezien maar zijn broodnodig om een populatie in stand te houden. In de nesten mogen namelijk alleen de vrouwtjes slapen, en de jongen die nog niet uitgevlogen zijn.
Alle mannetjes, alle ongepaarde niet-broedende vrouwtjes en alle jonge uitgevlogen huismussen van dat jaar, al die anderen-dan-de-broedende-vrouwtjes met kroost, moeten hun slaapplaats buiten het nest zien te vinden.
Vaak is dat de onderste rand van een dak, onder de dakpannen, als dat nog open is. Is er 3 of 4 meter hoge
groenblijvende beplanting in de buurt, dan kiezen ze dat ook als roest. Mits binnen 50 meter van de nesten. Een roest van huismussen kun je alleen rond zonsopgang of rond zonsondergang vinden. Dat is dus het hele jaar door een ander tijdstip.
Waar een mens iedere dag op een vaste tijd begint met werken, daar wordt een Huismus geregeerd door het
licht. Pas als het licht begint te worden kunnen ze iets zien. Pas dan is het dus veilig om weer tevoorschijn te
komen. Huismussen in het donker op hun roest storen is dan ook voor mussen een van de meest
angstaanjagende gebeurtenissen.

VI. Schuilplaatsen overdag nabij nesten, voedselbron en baden
Bij vaste voedselbronnen, drink- en badplaatsen dient een dikke, dichte, 1,5 m hoge groenblijvende struik aanwezig te zijn waar de hele groep huismussen zich bij nood direct in kan verstoppen. Bij nesten moet dit groen liefst 3 meter hoog zijn, of meer. Dit is vanwege het grote aantal predatoren waar de Huismus mee te maken heeft. (huiskatten, sperwer, ekster, gaai, kauw, marter, specht, meeuw.) Dit kan het beste bestaan uit een stekelige heester die zeer regelmatig gesnoeid wordt en daardoor zeer dicht is geworden. Groenblijvend zou het allerbeste zijn. Zoals een Pyracantha (Vuurdoorn) bijvoorbeeld. Meidoorn is een goede tweede maar niet wintergroen. Zijn stekels geen optie, dan zijn coniferen, Lonicera nitida, bamboe (niet woekerend), Viburnum tinus, eleagnus ebbingei en dergelijken goede opties. Of desnoods een combinatie van meidoorn en klimop, bamboe en klimop et cetera.

VII. Zonnebad (maakt parasieten actief)
Omdat huismussen in een groep leven, vaak heel dicht op elkaar verblijven (bijvoorbeeld na een vlucht de struiken in), en jaar na jaar hetzelfde nest gebruiken is het voor huismussen noodzakelijk de parasieten goed
kwijt te kunnen raken. Daartoe is een plaats om te zonnebaden noodzakelijk. De warmte van een zonnebad maakt de parasieten actief waarna het makkelijker is ze met zand of stof uit de veren te schudden.
Voor zonnebaden worden vaak hoge struiken of daken op het zuiden gebruikt. Dit is meestal wel automatisch
ergens in de directe omgeving te vinden.

VIII. Zandbad
(parasieten uitschudden, "handdoek" na waterbad en grit in de maag) Een zandbad is om dezelfde redenen als vermeld bij zonnebad noodzakelijk. Hiermee worden de parasieten uit het verenkleed geschud. Ook hier moet ruimte genoeg zijn voor de groep huismussen in eens. Niet iedereen zal stofbaden, maar de juvenielen die in de loop van het jaar zullen verschijnen hebben ook het stofbad nodig.

IX. Water- en drink bad dat in winter bereikbaar blijft (verenkleed en onbedekte lichaamsdelen schoon maken)
Schoon drink- en badwater kan het best uit stromend water komen zodat het zichzelf ververst. In het water gevallen viezigheid kan dan niet de badende of drinkende huismussen besmetten. Met name in het najaar zijn huismussen vatbaar voor ziekten. Bovendien bevriest stromend water minder snel dan stilstaand water van bijvoorbeeld een vijver. Ook voor badwater is stromend water het beste want in de winter het langst nog onbevroren en dus beschikbaar.

  © 1997 - 2011 stichtingwittemus.nl
Design downloaded from Free Templates - your source for free web templates